Arie Groenevelt

foto1Arie Groenevelt (Leiden, 25 januari 1927 – Houten, 24 december 2017) was een Nederlands vakbondsbestuurder. Van 1969 tot 1979 voorzitter van de Industriebond NVV, daarna tot 1983 van de Industriebond FNV.

Als vakbondsleider van het NVV in de jaren zeventig was Arie Groenevelt mede bepalend voor maatschappelijke hervormingen. Hij werd gekenmerkt als radicaal en rechtlijnig, met een sterke anti-kapitalistische maatschappijvisie. Het was een tijd van veel arbeidsonrust, gekenmerkt door vele stakingen.

Groenevelt groeide op in Utrecht. Na de oorlog sloot hij zich aan bij de socialistische jeugdorganisatie AIC, later de Paasheuvelgroep. Daar kwam hij al snel in een bestuurdersfunctie terecht. In het dagelijks leven was hij van beroep instrumentenmaker, totdat hij benoemd werd tot technisch medewerker bij de metaalbewerkingsbond van de industriebond NVV. Kort daarna werd hij omgeschoold tot vakbondsbestuurder.

Zijn motto was (quote) ‘De verheffing van de arbeider’. Begin jaren zeventig vervaardigde hij met een aantal gelijkgezinden een nota getiteld ‘Fijn is anders’. Daarin kwam een sterke anti-kapitalistische maatschappijvisie naar voren, die op veel weerstand binnen de werkgeversverenigingen stuitte. De economische malaise in scheepsbouw en textielindustrie eind jaren ’70, was voor Groenevelt aanleiding de vakbondkoers te matigen. Veel vakbondsleden hadden moeite met deze ommezwaai. Kaderlid Hofman: “Het was een klap in je gezicht dat Arie taal ging uitslaan die we altijd van de overheid en de werkgevers hadden gehoord.” Groenevelt verweet op zijn beurt het overige vakbondskader dat die de stap ‘loon voor werk’ niet durfde te zetten.

Niettemin bleef Groenevelt politici niet ontzien. Zelfs PvdA-voorman Joop den Uyl ontkwam niet aan zijn kritiek. Toen die in 1982 tijdens het kortstondige Kabinet-Van Agt II als minister van Sociale zaken bezuinigingsmaatregelen aankondigde op de Ziektewet, benoemde Groenevelt hem tot ‘minister van a-sociale zaken’.

Voorjaar 1983 trad hij af als voorzitter. Op 11 december 1997 blikte Groenevelt tijdens het 25-jarig jubileum van de FNV terug op de totstandkoming van het poldermodel. Verrassend genoeg zag hij voor zichzelf daarin ook een rol als gangmaker, en gaf hij aan dat ook zonder de bemiddelende rol van de centrale overheid de conflicten tussen werknemers en werkgevers op den duur zouden zijn verminderd. Toch reageerde hij op de stelling dat tegenwoordig van laag naar hoog iedereen in loondienst is, ook de topman: “Maar die heeft wel de macht over werk en inkomen van allen. Het gaat om tegenmacht. Nog afgezien van de buitenproportionele inkomensverschillen.”

Na zijn pensionering werd Groenevelt actief binnen de lokale gemeentepolitiek van Houten, alwaar hij in 2003 lijstduwer was van de PvdA. Ook verricht hij werkzaamheden voor De Grijze Vuist (actiecomité van gepensioneerden van FNV Bondgenoten), getuige een brief uit 2008, gericht aan FNV-bondgenoten.[1]

In 2009 stelde hij tijdens een interview: “Het is jammer dat het nu wat minder gaat op economisch gebied. Wij hebben alles zien groeien, de voorzieningen als de WW, WAO, AOW, huursubsidie. De generaties na ons zijn eraan gewend. Die vinden minderen moeilijk. Wij zijn gewoon vergeten te zeggen dat de bomen niet tot aan de hemel groeien. En wat is rijk. Hoewel het minder gaat wonen we nog in huizen waar veel mensen uit ontwikkelingslanden een moord voor zouden doen. Het is niet eerlijk verdeeld in de wereld. Ik ben socialist in hart en nieren en dat hoop ik nog lang te blijven. Gerechtigheid en samen delen zijn het belangrijkste in een maatschappij.”