Bijdrage Arie Groenevelt tijdens Arie Groenevelt-lezing

Bijdrage Arie Groenevelt tijdens Arie Groenevelt-lezing

Bijdrage Arie Groenevelt tijdens Arie Groenevelt-lezing (28 feb. 2013)

Ik ben geboren in 1927

In dat jaar staakten de loodgieters 16 weken en verkregen daarmede het recht op 4 dagen vakantie per jaar.

In 1929 kwam de beurskrach die vrijwel de gehele wereld in een diepe crisis heeft gestort.

Er ontstond in de daarop volgende jaren een leger van werklozen en zij kregen een inkomen dat te weinig was om van te leven en teveel om van dood te gaan.

De gelukkigen die nog werk hadden, werden geconfronteerd met loonsverlagingen.

De armen werden armer en de rijken mopperden over al die opvreters die van hun belastingcenten liepen te lanterfanten.

Tussen haakjes.

Hans Wiegel ging in de jaren zeventig ook weer op die toer in zijn kruistocht tegen, zo als hij het voortdurend noemde, “het misbruik van de sociale voorzieningen.

Ik heb als jochie aan den lijve ondervonden wat die crisis voor mijn ouders en hun gezin ten gevolgen heeft gehad.

Mijn vader was één van de vele werklozen en kon zijn gezin niet meer onderhouden.

Voor nieuwe kleding voor mij en mijn zussen moest mijn moeder de zware gang naar Maatschappelijk Hulp Betoon, of wel de Bedeling, maken.

De kinderen die kleding van de bedeling droegen zagen er allemaal hetzelfde uit en werden daar niet zelden mee gepest.

Ik kreeg precies dezelfde kleren aan als tientallen andere jongens en huilde tranen met tuiten.

De boosheid om wat mij in die tijd werd aangedaan, ben ik nooit meer kwijt geraakt en is altijd de motor voor mijn handelen in de partij en de vakbeweging gebleven’.

Nu ben ik 86 en zie om mij heen en lees ik in de krant opnieuw de verhalen over een verarming van onze samenleving.

Ik kan de barricades niet meer op maar verbaas mij er stelselmatig over dat de vakbeweging tot op heden, op een enkele verbale oprisping na, alles gelaten over zich heen laat komen.

Langzaam maar zeker gaan de verworvenheden op het gebied van welzijn en welvaart op de schop.

De werkloosheid neemt dramatische vormen aan.

De jeugdwerkloosheid is opgelopen tot 15 procent.

Buurthuizen verdwijnen in een rap tempo.

Subsidies voor tal van doeleinden worden teruggeschroefd.

Verzorgingshuizen worden gesloten.

De thuishulp staat op de tocht evenals de gezondheidszorg.

Daarin krijgt de geestelijke gezondheidszorg ook het nodige te verwerken.

Door de bezuinigingen op de ABWZ dreigen tal van sociale werkplaatsen te verdwijnen.

Van de 60.000 mensen met een verstandelijke en/of een lichamelijke beperking zullen er talloze hun plek in een werkplaats kwijt raken.

Gevreesd moet worden dat het bedrijfsleven hen niet zal opnemen en dus wordt deze groep van kwetsbare mensen onevenredig opgezadeld met de gevolgen van een crisis waar zij geen enkele schuld aan hebben.

Was het niet Joop den Uijl die ons indertijd heeft voorgehouden dat onze zorg voor de zwakkeren in de samenleving een kenmerk van ons beschavingspeil was?

Ik heb dat argument helaas ook in onze partij niet meer in het geding horen brengen.

Voor mij maakt dit alles mij duidelijk dat ondanks een roemruchte strijd om de bevrijding van de arbeid en de strijd tegen armoede en maatschappelijke en sociale ongelijkheid, die strijd nog niet lang niet is gewonnen.

Nee, we zijn in die strijd terrein aan het verliezen!

En als vanouds draait de samenleving op voor de kwalijke gevolgen van slecht ondernemersbeleid, van de goklust van bankiers en voor de besluiten die tegenwoordig ergens in Verweggistan genomen worden over het wel of niet voorbestaan van werk en inkomen van de werknemers in ons land.

En zo neemt de armoede langzaam maar zeker toe en zijn steeds meer mensen afhankelijk van een nieuw soort bedeling in de vorm van de bijstand en de voedselbank.

Er leven momenteel ongeveer rond de 529.000 huishoudens op of onder de armoedegrens.

Voor een gezin met 2 kinderen wil dat b.v. zeggen dat men rond moeten zien te komen met een netto inkomen van 49 euro of minder per dag, inclusief huursubsidie en kinderbijslag.

Maar ons land telt ook zo rond de 154.000 miljonairs, met een gezamenlijk vermogen van rond de 350 miljard.

In 2011 stond ons land op de 14e plaats in de lijst van rijkste landen.

Hoezo, er is geen geld om eerlijk te delen?

Van Rutte en de zijnen moet de grens tot waarop er eerlijk gedeeld moet worden, getrokken bij 2x modaal.

Mooi dat alles daarboven de dans ontspringt.

De vreugde is groot in d broeinesten van rijken in Het Gooi, Aardenhout, Wassenaar en Bilthoven, om er maar een paar te noemen.

Helaas heeft onze partij zich daarbij neergelegd.

Ik weet het, meeregeren kent een prijs.

Maar voor mij is die prijs te hoog!

De 38 zetels die we bij de verkiezingen de onze mochten noemen, verdampen in de peilingen in een hoog tempo en we hebben dat aan ons zelf te danken.

Willen we bij de volgende verkiezingen geen zeperd halen dan zal het roer snel om moeten en desnoods met als gevolg dat het kabinet valt.

Arie Groenevelt 28 februari 2013

Comments are closed